ECLI:NL:CRVB:2011:BR4949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- M.I. ’t Hooft
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor schoolkosten, rechtshulp en opleiding echtgenote
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor schoolkosten van zijn zoon, kosten van rechtshulp van zijn echtgenote en de kosten van een hoger beroepsopleiding van zijn echtgenote. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het besluit van het College ongegrond. De Raad stelt vast dat het College het beleid omtrent schoolkosten consistent heeft toegepast en dat de weigering van bijzondere bijstand voor lesgeld en schoolboeken terecht is, aangezien hiervoor een bijdrage via de Wtos mogelijk is.
De Raad oordeelt dat de kosten van rechtshulp niet als noodzakelijke kosten van het bestaan van appellant kunnen worden aangemerkt omdat deze betrekking hebben op zijn echtgenote. Daarnaast is de stelling dat het niet vergoeden van deze kosten strijdig is met het recht op gezinsleven verworpen.
Ten aanzien van de kosten van de hoger beroepsopleiding van de echtgenote concludeert de Raad dat het College ten onrechte niet op het bezwaar van appellant heeft beslist en dat de rechtbank dit niet heeft onderkend. De Raad vernietigt het vonnis en verklaart het bezwaar tegen de weigering van bijzondere bijstand voor de opleiding ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten; het bezwaar tegen de weigering van bijzondere bijstand voor de hoger beroepsopleiding wordt ongegrond verklaard.