ECLI:NL:CRVB:2010:BO5771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenwettelijk beleid bij verstrekking bijzondere bijstand tijdens detentie
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor doorbetaling van huur en energielasten tijdens voorlopige hechtenis. Het College kende deze bijstand toe als lening, gebaseerd op een buitenwettelijk begunstigend beleid dat onder omstandigheden bijstand kan worden verstrekt gedurende maximaal zes maanden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. De Raad toetste of het College bevoegd was de bijstand toe te kennen en of het beleid consistent werd toegepast. Artikel 13 WWB Pro sluit bijstand uit aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen, maar artikel 16 WWB Pro biedt ruimte bij zeer dringende redenen.
De Raad oordeelde dat geen acute noodsituatie was aangetoond, waardoor het College formeel niet bevoegd was bijstand te verlenen. Desondanks werd het buitenwettelijk beleid als begunstigend erkend en getoetst op consistentie. De Raad stelde vast dat het College het beleid consistent toepaste en de lening terecht verleende vanwege ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid, mede gezien eerdere detenties van appellant.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het College om bijzondere bijstand als lening toe te kennen en wijst het hoger beroep af.