ECLI:NL:CRVB:2011:BR4985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op ouderdomspensioen wegens niet-verzekerd verblijf en arbeid in Nederland
Appellant maakte bezwaar tegen een korting van 12% op zijn AOW-pensioen, gebaseerd op zes jaren waarin hij volgens de Sociale verzekeringsbank (Svb) niet verzekerd zou zijn geweest. De Svb baseerde dit op gegevens van de Rijksinspectie van de bevolkingsregisters en de Gemeentelijke basisadministratie, waaruit bleek dat appellant in die periode in Duitsland woonde en niet aan loonbelasting in Nederland onderworpen was.
Appellant stelde dat hij in die periode werkzaam was op het pluimveebedrijf van zijn vader in Nederland en overlegd verklaringen van buurtbewoners ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende waren om de officiële gegevens te weerleggen. Ook in hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar kon geen aanvullende bewijsstukken overleggen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de betreffende periode in Nederland woonde of werkte onder Nederlandse loonbelasting. De Raad bevestigde daarom de korting op het pensioen en zag geen reden om af te wijken van het bestreden besluit.
Uitkomst: De korting op het ouderdomspensioen wegens zes niet-verzekerde jaren wordt bevestigd.