ECLI:NL:CRVB:2011:BR4998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken actueel procesbelang bij re-integratieplicht
Appellant, die van 16 juli 2007 tot 9 januari 2008 als beveiliger werkte en zich in maart 2008 ziekmeldde, werd door het UWV op basis van arbeidskundige gronden voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard. Het UWV stelde een plan van aanpak op en concludeerde dat op dat moment geen re-integratiemogelijkheden aanwezig waren. Appellant maakte bezwaar tegen de besluiten van 5 augustus 2008 waarin het plan van aanpak werd toegezonden, stellende dat hij door zijn chronische ziekte permanent geen re-integratiemogelijkheden heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan voldoende procesbelang, omdat appellant met zijn beroep niet meer kon bereiken dan het niet hoeven re-integreren. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en betoogde dat de rechtbank te snel had geoordeeld en dat hij een inhoudelijke beoordeling wenste.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het belang van appellant is onvoldoende actueel omdat het UWV op dit moment geen re-integratieactiviteiten van hem verlangt en toekomstige verplichtingen pas na een nieuw besluit kunnen worden opgelegd, waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn. De Raad oordeelt dat een principieel belang voor de toekomst onvoldoende is om ontvankelijkheid te rechtvaardigen.
De Raad wijst tevens op vaste jurisprudentie dat procesbelang vereist dat het beroep kan leiden tot een concreet gunstiger resultaat voor de indiener. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende actueel procesbelang.