ECLI:NL:CRVB:2011:BR5308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omvang huishoudelijke hulp en persoonsgebonden budget in Wmo-zaak
Appellant ondervindt beperkingen door lage rugklachten en vroeg huishoudelijke hulp aan op grond van de Wmo. Het College wees de aanvraag af, waarna bezwaar en beroep volgden. De voorzieningenrechter vernietigde het besluit en gaf het College opdracht een nieuw besluit te nemen.
Het College kende vervolgens een persoonsgebonden budget toe gebaseerd op het gemiddelde aantal uren van klasse 2 (3 uur), terwijl de geïndiceerde uren 3,5 bedroegen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het College de compensatieplicht uit artikel 4 Wmo Pro niet juist had nageleefd door het budget op het gemiddelde te baseren en niet op de geïndiceerde 3,5 uur. De Raad vernietigde het besluit en stelde het budget vast op basis van 3,5 uur, met een totale vergoeding van €707,27 over de relevante periode. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld op basis van 3,5 uur huishoudelijke hulp per week met een vergoeding van €707,27.