ECLI:NL:CRVB:2009:BK5105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over persoonsgebonden budget huishoudelijke hulp wegens onvoldoende compensatie
Appellant vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een persoonsgebonden budget (pgb) aan voor huishoudelijke hulp. Het College stelde het pgb vast op basis van een gemiddelde urenklasse en een uurtarief van €14,--, wat appellant te laag achtte om kwalitatief goede zorg in te kopen.
De rechtbank handhaafde het besluit deels, stellende dat het mogelijk moest zijn om voor €14,-- per uur vergelijkbare zorg in te kopen. Appellant voerde aan dat hij zorg van één vaste hulpverlener wenst en dat het tarief onvoldoende is, mede door toeslagen voor weekend- en onregelmatige diensten.
De Raad oordeelt dat artikel 4 Wmo Pro geen ruimte laat voor indicatie in klassen en dat het College onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het toegekende pgb toereikend is om zorg te kopen die voldoet aan de kwaliteits- en prestatie-eisen. De Raad vernietigt het besluit en beveelt het College binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het pgb adequaat moet compenseren. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit over het persoonsgebonden budget wordt vernietigd en het College moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen dat voldoet aan de compensatieplicht.