ECLI:NL:CRVB:2011:BR5625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand over augustus en september 2008
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en volgde een re-integratietraject. Begin juli 2008 werd hem medegedeeld dat hij met behoud van uitkering kon gaan werken, maar later bleek dat hij loon ontving boven de bijstandsnorm over augustus en september 2008. Het College besloot de bijstand vanaf 1 augustus 2008 in te trekken en de teveel betaalde bijstand terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro en wees bezwaren af. Appellant voerde in hoger beroep aan dat terugvordering onredelijk was vanwege toezeggingen en gemaakte kosten, en dat terugvordering ernstige gevolgen voor hem zou hebben.
De Raad constateerde dat de rechtbank haar oordeel baseerde op een andere wettelijke grond dan het College had aangevoerd, waardoor vernietiging van het vonnis op zijn plaats was. De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, WWB, en dat de intrekking van bijstand sinds 1 augustus 2008 onherroepelijk was. De door appellant aangevoerde bezwaren werden niet aannemelijk gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het College is bevoegd tot terugvordering van de bijstand over augustus en september 2008.