ECLI:NL:CRVB:2011:BR5764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde bijstandsuitkering ondanks beroep op verjaring en zesmaanden-jurisprudentie
Appellante ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en had klachten over foutieve betalingen. Het College herrekende de bijstand over 2004-2006 en constateerde dat zij over 2006 te veel had ontvangen en over 2004 en 2005 te weinig. Het College vorderde het teveel betaalde bedrag terug en verrekende dit met het te weinig betaalde.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de terugvordering verjaard was en dat de zesmaanden-jurisprudentie van toepassing was, en verzocht om vergoeding van wettelijke rente.
De Raad oordeelde dat het College terecht artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, WWB toepaste voor terugvordering, dat verjaring niet was ingetreden omdat minder dan vijf jaar waren verstreken sinds bekendheid met de gegevens, en dat de zesmaanden-jurisprudentie niet van toepassing was vanwege de correcte verrekening van inkomsten. Dringende redenen of bijzondere omstandigheden voor het afzien van terugvordering werden niet aangetoond.
De Raad bevestigde het besluit van het College en wees het beroep af. Het verzoek om wettelijke rente werd deels gehonoreerd door het College, waardoor het beroep hierover niet meer relevant was. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van teveel betaalde bijstand en wijst het beroep van appellante af.