ECLI:NL:CRVB:2011:BR5765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en onopgegeven werkzaamheden
Betrokkene ontving bijstand vanaf 26 april 2005 en werd ervan verdacht onopgegeven werkzaamheden te verrichten bij een seksinrichting die zij mede exploiteerde. De sociale recherche stelde vast dat zij vanaf de aanvang van de bijstand tot begin 2006 werkzaamheden verrichtte zonder dit aan de gemeente te melden.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden niet als op geld waardeerbare arbeid konden worden aangemerkt en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, waardoor het besluit tot beëindiging en terugvordering van bijstand werd vernietigd.
Het College van burgemeester en wethouders ging in hoger beroep en stelde dat betrokkene wel degelijk werkzaamheden verrichtte en inkomsten had die zij niet had opgegeven, waaronder geld van haar ouders zonder daadwerkelijke terugbetalingsverplichting en kostenvergoeding voor een auto.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat betrokkene werkzaamheden verrichtte waarvoor zij geld ontving, dat zij beschikte over de bankrekening van het bedrijf en dat de financiële steun van haar ouders niet als lening met terugbetalingsverplichting kon worden beschouwd. De Raad oordeelde dat betrokkene de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het College bevoegd was de bijstand te beëindigen, in te trekken en terug te vorderen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van het College ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het College van burgemeester en wethouders wordt gegrond verklaard en het beroep van betrokkene wordt afgewezen.