ECLI:NL:CRVB:2011:BR6777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijzondere bijstand voor orthodontiekosten zonder acute noodsituatie
Appellant heeft bijzondere bijstand gevraagd voor de orthodontiekosten van zijn zoon, waarvan een deel werd vergoed door een aanvullende verzekering. Het College van burgemeester en wethouders van Heerhugowaard wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat geen recht bestond op bijzondere bijstand en dat er geen zeer dringende redenen waren.
De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep onderzocht of er sprake was van zeer dringende redenen in de zin van artikel 16, eerste lid, WWB, wat een acute noodsituatie vereist die niet op andere wijze kan worden verholpen.
De Raad oordeelde dat de door appellant overgelegde medische verklaring onvoldoende bewijs leverde voor een acute noodsituatie, aangezien de orthodontische afwijking weliswaar functionele en esthetische problemen gaf, maar niet voldeed aan de criteria van levensbedreiging of blijvend ernstig letsel.
De Raad benadrukte dat het op de aanvrager rust om dit met objectieve gegevens aan te tonen. Het feit dat appellant een aanvullende verzekering had afgesloten en dat deze niet toereikend was, rechtvaardigde geen bijzondere bijstand. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor orthodontiekosten bevestigd.