ECLI:NL:CRVB:2011:BR6778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan informatieverstrekking
Appellante ontving sinds 1996 bijstand en werd na een anonieme melding onderzocht door de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van Amsterdam. Zij werd opgeroepen om bankafschriften en later polissen van spaarfondsen en levensverzekeringen te overleggen, maar leverde deze niet volledig aan. Het College schortte de bijstand op en trok deze later in op grond van artikel 54 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. Appellante stelde dat zij tijdens het gesprek op 8 september 2008 een deel van de gevraagde polissen had overlegd en om uitstel had gevraagd voor de rest, wat volgens haar niet werd gehonoreerd.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij om uitstel had gevraagd en dat zij de gevraagde gegevens niet binnen de hersteltermijn had verstrekt. De gevraagde gegevens waren relevant voor de bijstand. De Raad bevestigde dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en dat de gegevens die tijdens de bezwaarfase alsnog werden overgelegd, in beginsel geen betekenis hebben.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking wordt bevestigd.