ECLI:NL:CRVB:2011:BR6999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 2003 bijstand ter aanvulling van haar pensioen. Een onderzoek van de Sociale Dienst Amsterdam naar aanleiding van een vermogenssignaal bracht aan het licht dat appellante een bankrekening had met een saldo dat de vrij te laten vermogensgrens overschreed. Ondanks verzoeken van het College om informatie hierover, heeft appellante niet gereageerd.
Het College trok de bijstand met ingang van 1 januari 2008 in en besloot tot terugvordering van de bijstand over de periode van 1 februari 2003 tot en met 1 mei 2006. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen herhaalde verzoeken had ontvangen en dat het geld bestemd was voor een begrafenis, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad stelde vast dat appellante de wettelijke inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van de bankrekening. De bestemming van het geld was niet relevant omdat appellante vrij over het saldo kon beschikken. De terugvordering mocht bruto plaatsvinden vanwege de fraudevordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.