ECLI:NL:CRVB:2011:BR7034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar herzieningsbesluit AOW
Appellant ontving een AOW-uitkering die deels werd geschorst vanwege vermoedens van gezamenlijke huishouding. De Sociale verzekeringsbank (Svb) nam een herzieningsbesluit waarbij het ouderdomspensioen werd aangepast en een terugvordering en boete werden aangekondigd. Appellant diende een beroepschrift in tegen het schorsingsbesluit, dat later werd behandeld als bezwaar tegen de schorsing.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep tegen het schorsingsbesluit niet-ontvankelijk en oordeelde dat het beroepschrift niet als bezwaar tegen het herzieningsbesluit kon worden aangemerkt. Het aanvullend beroepschrift was te laat ingediend en niet verschoonbaar. Appellant stelde in hoger beroep dat het beroepschrift wel als bezwaar tegen het herzieningsbesluit moest worden gezien en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege de complexe situatie en hulp van de ouderenbond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de vraag over de doorzending van het beroepschrift geen onderdeel was van het geding bij de rechtbank en dat de rechtbank zich hierover had moeten uitspreken. De Raad stelt vast dat het beroepschrift van 29 mei 2008 niet als bezwaar tegen het herzieningsbesluit kan worden aangemerkt en dat het aanvullend beroepschrift te laat is ingediend zonder verschoonbare reden. Het hoger beroep slaagt, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. De Svb wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda vernietigd.