ECLI:NL:CRVB:2011:BR7107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- E.J.M. Heijs
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) met als woonadres een woning in Nederland. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen wees de aanvraag af omdat uit onderzoek bleek dat appellant zijn hoofdverblijf niet had op het opgegeven adres.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege zijn werkzaamheden als internationaal vrachtwagenchauffeur zelden thuis was, en dat de verklaringen waarop het onderzoek was gebaseerd onvoldoende waren. De Raad oordeelde dat concrete feiten en omstandigheden doorslaggevend zijn voor de vaststelling van het woonadres.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij woonachtig was op het opgegeven adres. Diverse indicaties, zoals het feit dat zijn echtgenote en kinderen in Duitsland wonen, de woning als tweede woning is verzekerd, en post en rekeningen naar een Duits adres worden gestuurd, ondersteunen dit oordeel. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.