ECLI:NL:CRVB:2011:BS1117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting en terugvordering Wajong-uitkering wegens niet-melding inkomsten uit PGB
Appellante ontving een Wajong-uitkering die werd gekort en teruggevorderd door het UWV vanwege inkomsten uit arbeid die zij ontving via het persoonsgebonden budget (PGB) van haar zorgbehoevende partner. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij haar inkomsten niet tijdig had gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht vormde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij haar inkomsten wel had gemeld en dat het UWV daarvan ook zonder melding op de hoogte had kunnen zijn. Tevens stelde zij dat er dringende redenen waren om terugvordering geheel of gedeeltelijk achterwege te laten.
De Raad overwoog dat het geschil zich richt op de terugwerkende kracht van de korting en terugvordering. De Raad bevestigde dat het UWV het recht heeft om toepassing te geven aan artikel 50 van Pro de Wajong met terugwerkende kracht, gelijk aan het beleid bij artikel 44 van Pro de WAO. De Raad vond geen aanwijzingen dat het UWV het beleid niet consistent had toegepast en oordeelde dat het appellante redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat zij haar inkomsten moest melden.
De Raad concludeerde dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, mede omdat een maandelijkse inhouding van €150,- in overleg met appellante plaatsvindt zonder onaanvaardbare situatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting en terugvordering van de Wajong-uitkering wegens niet-melding van inkomsten.