ECLI:NL:CRVB:2011:BT1731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dwangsomoplegging wegens overgangsrecht bij niet tijdig beslissen WIA en WAO-uitkeringen
Betrokkene verzocht op 25 juni 2007 een WAO-uitkering aan bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Na uitblijven van een beslissing maakte zij bezwaar, dat op 3 juli 2008 gegrond werd verklaard. Ondanks dit bleef een beslissing uit, waarna betrokkene een dwangsomverzoek indiende bij de rechtbank. De rechtbank legde een dwangsom van €120 op aan appellant wegens niet tijdig beslissen.
Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de dwangsomregeling niet van toepassing was vanwege het overgangsrecht in de Wet dwangsom en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat paragraaf 4.1.3.2 van de Awb sinds 1 oktober 2009 van kracht is en dat het overgangsrecht inhoudt dat voor aanvragen ingediend vóór die datum de dwangsomregeling niet gold.
Daarom was het opleggen van een dwangsom onterecht en vernietigde de Raad het deel van de uitspraak waarin de dwangsom was opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 september 2011 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De opgelegde dwangsom wegens niet tijdig beslissen wordt vernietigd vanwege het toepasselijke overgangsrecht.