ECLI:NL:CRVB:2011:BT1945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schuldig nalatig zijn in betaling AOW-premies over 1999 bevestigd
De Sociale Verzekeringsbank stelde bij besluiten van 7 december 2007 dat betrokkene schuldig nalatig was in het betalen van de AOW-premies over 1999 en 2000. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarna de rechtbank Haarlem het besluit over 1999 vernietigde wegens ontbrekende stukken en onvoldoende motivering, maar het besluit over 2000 handhaafde.
Appellant, de Sociale Verzekeringsbank, stelde hoger beroep in tegen de vernietiging van het besluit over 1999. De Raad constateerde dat mogelijk sprake was van een misverstand over de stukken en dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had verricht. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank voor zover het betrekking had op het besluit over 1999.
Na hernieuwde beoordeling concludeerde de Raad dat betrokkene de premies over 1999 niet had voldaan en dat omstandigheden zoals detentie en faillissement pas na de vervaldatum van de aanslag plaatsvonden, waardoor het niet betalen betrokkene kan worden toegerekend. Het beroep van betrokkene tegen het besluit werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad legde geen proceskosten op en sprak de beslissing uit in aanwezigheid van de voorzitter en leden, waarbij betrokkene niet aanwezig was.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit tot schuldig nalatig zijn in betaling van AOW-premies over 1999 wordt ongegrond verklaard.