ECLI:NL:CRVB:2011:BT2282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig productiemedewerkster, viel in september 2005 uit wegens schouder- en rugklachten. Het UWV weigerde haar een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en achtte haar geschikt voor meerdere functies. Na ziekmelding wegens psychische klachten in 2008 werd aanvullend onderzoek verricht door een psychiater en arbeidsdeskundige, die enkele beperkingen constateerden maar vier functies geschikt bleven achten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek voldoende was en de functies passend. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat de maatstaf arbeid niet correct was toegepast en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst aangepast had moeten worden. De Raad verwierp deze gronden en bevestigde dat het UWV zich terecht op het standpunt stelde dat appellante niet ongeschikt was voor ten minste één functie.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts het besluit konden dragen. Ook werd een WSW-indicatie van na de datum van het bestreden besluit niet relevant geacht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering aan appellante wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.