ECLI:NL:CRVB:2011:BT2905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van maatregelen WWB wegens nalatigheid bij arbeidsinschakeling
Appellant ontving sinds 1996 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en volgde een universitaire studie met behoud van uitkering. Het College legde hem meerdere malen maatregelen op wegens het niet naleven van verplichtingen, waaronder het niet meewerken aan een trajectplan en het weigeren van aangeboden banen die als algemeen geaccepteerde arbeid werden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregelen ongegrond, stellende dat appellant nalatig was geweest en onvoldoende inspanningen had geleverd om algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden. Appellant stelde in hoger beroep dat het College onvoldoende rekening had gehouden met zijn kwalificaties, studie-inspanningen en eigen pogingen tot werk, en dat zijn minderjarige kind hierdoor schade had geleden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de feitelijke gedragingen van appellant niet waren betwist en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de maatregelen terecht en op goede gronden waren opgelegd. De Raad vond geen reden om de opgelegde verlagingen van de bijstand te matigen en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de opgelegde maatregelen op grond van de WWB worden bevestigd.