ECLI:NL:CRVB:2011:BT6369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, die sinds 2003 wegens psychische problematiek arbeidsongeschikt was, ontving vanaf 2004 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
In 2008 werd de arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld door verzekeringsarts Van der Vlies en later door Van Muijen, die samen met psychiater Tilanus concludeerden dat appellant niet arbeidsongeschikt was vanwege het ontbreken van een psychiatrisch ziektebeeld. Op basis hiervan trok het UWV de WAO-uitkering per 17 februari 2009 in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de belastbaarheid juist had vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn situatie ongewijzigd was en dat beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) moesten worden aangenomen.
De Raad overwoog dat er geen reden was om aan het medische oordeel van het UWV te twijfelen. De medische onderzoeken waren zorgvuldig en onderbouwd, en appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep.
De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand, omdat appellant niet meer voldeed aan de voorwaarden voor arbeidsongeschiktheid op grond van ziekte of gebrek.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd na zorgvuldig medisch onderzoek.