ECLI:NL:CRVB:2011:BT6392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving van 1998 tot 2004 een WAO-uitkering wegens psychische klachten en werkte daarna als orderpicker tot haar ontslag in januari 2007. Na haar ontslag meldde zij zich arbeidsongeschikt. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen en belastbaarheid juist waren vastgesteld. Ook de klachten over het carpaal tunnelsyndroom werden niet als reden voor extra beperkingen erkend.
In hoger beroep stelde appellante dat de beoordeling ten onrechte alleen gericht was op de situatie in 2009 en dat zij meer beperkingen had dan aangenomen. De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte uitging van een amberbeoordeling en dat de beoordeling had moeten plaatsvinden op de datum aansluitend op de reguliere wachttijd van 104 weken, te weten 1 april 2007. De medische en arbeidskundige beoordelingen waren echter ook op die datum gericht en werden door de Raad onderschreven.
De Raad vernietigde het besluit van het UWV wegens strijd met artikel 16 en Pro 19 van de WAO, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard, met inachtneming van de rechtsgevolgen en veroordeling van het UWV in proceskosten.