ECLI:NL:CRVB:2011:BT6629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen besluit over anticumulatie Wajong-uitkering
Appellant ontving een Wajong-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV herzag deze uitkering bij besluit van 1 september 2008 vanwege inkomsten uit arbeid over de periode van 1 september 2006 tot 17 november 2007 en van 15 januari 2008 tot 1 augustus 2008. Vervolgens stuurde het UWV op 2 september 2008 een brief waarin werd meegedeeld dat de uitkering vanaf 15 januari 2008 werd aangepast naar een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, dat bij besluit van 20 januari 2009 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 20 januari 2009 ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV reeds met het besluit van 1 september 2008 definitief had beslist over de anticumulatie van inkomsten uit arbeid met de Wajong-uitkering vanaf 15 januari 2008. Hierdoor kan de beslissing van 2 september 2008 niet als een zelfstandig besluit worden beschouwd en is het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van appellant gegrond, vernietigt het besluit van 20 januari 2009 en verklaart het bezwaar tegen de beslissing van 2 september 2008 niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en de kosten die appellant in bezwaar heeft moeten maken, met een totaalbedrag van €1.242,-. Het betaalde griffierecht wordt ook vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 2 september 2008 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep gegrond verklaard.