ECLI:NL:CRVB:2011:BT6780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving sinds 1987 bijstand en woonde met [R.] op twee adressen. Na een anonieme tip verrichtte het College onderzoek waaruit bleek dat appellant en [R.] een gezamenlijke huishouding voerden. Dit leidde tot opschorting, intrekking en terugvordering van de bijstand vanaf 1 januari 1998.
Appellant voerde aan geen gezamenlijke huishouding te voeren, onder meer door te stellen dat verzekeringspolissen gescheiden waren en dat machtigingen voor bankrekeningen tijdelijk waren. De Raad oordeelde echter dat er sprake was van financiële verstrengeling, wederzijdse zorg en een mate van verantwoordelijkheid die de zakelijke relatie overstijgt.
De Raad stelde vast dat appellant in strijd met zijn inlichtingenverplichting handelde en dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering. Verjaring van de vordering werd verworpen omdat het College pas in april 2008 op de hoogte was van de feiten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.