ECLI:NL:CRVB:2011:BT6982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag hervatting WAO-uitkering na verkorte wachttijd wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant had een WAO-uitkering die per 7 augustus 2006 werd ingetrokken. Na een melding van verslechterde gezondheid op 14 augustus 2009, vroeg appellant om hervatting van de WAO-uitkering met een verkorte wachttijd van vier weken. Het UWV wees deze aanvraag op 4 september 2009 af na medisch onderzoek, omdat geen toegenomen beperkingen waren vastgesteld ten opzichte van de eerdere beoordeling.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen waren toegenomen en verzocht om benoeming van een onafhankelijk deskundige. Ter onderbouwing overhandigde hij een brief van een internist waarin de ziekte van Pierre Marie-Bamberger werd bevestigd. Het UWV stelde dat deze brief geen aanleiding gaf tot wijziging van de eerdere beoordeling.
De Raad overwoog dat de rechtbank de aangevoerde gronden afdoende en gemotiveerd had besproken en onderschreef deze. De Raad zag geen nieuw feit dat onvoldoende was onderzocht en vond geen reden voor benoeming van een onafhankelijk deskundige. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag tot hervatting van de WAO-uitkering na een verkorte wachttijd van vier weken wordt afgewezen wegens onvoldoende medische grondslag.