ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als medewerker in de spoelkeuken, kreeg een WAO-uitkering toegekend vanwege diverse gezondheidsklachten waaronder hypertrofische osteoarthropathie, prostaatproblemen en een spastische darm. Na medisch en arbeidskundig onderzoek besloot het UWV de uitkering per 7 augustus 2006 in te trekken. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank ’s-Gravenhage vernietigde het besluit van het UWV en verklaarde het beroep van appellant gegrond, met behoud van rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist vastgesteld, maar oordeelde dat het UWV in beroep beter had gemotiveerd waarom geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische beperkingen onvoldoende waren erkend, met name zijn misvormde vingers en problemen met fijne motoriek, temperatuurwisselingen en prostaat- en darmklachten. De Raad voegde hieraan toe dat de bezwaarverzekeringsarts en de behandelend internist geen aanleiding zagen voor beperkingen ten aanzien van belastbaarheid van de handen. Ook de arbeidskundige rapportages gaven voldoende onderbouwing dat de geselecteerde functies geschikt waren.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak bevestigd moest worden en wees het beroep van appellant af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juli 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering na zorgvuldig onderzoek.