ECLI:NL:CRVB:2011:BT7064
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake gezinsopvang asielzoekers
Verzoekers, een gezin met Afghaanse nationaliteit, hebben meerdere asielaanvragen ingediend die allen zijn afgewezen. Verzoeker is tot ongewenst vreemdeling verklaard en verblijft sinds september 2011 zonder vaste woon- of verblijfplaats. Het gezin verblijft deels in een AZC, maar verzoeker wordt niet toegelaten tot het AZC-terrein.
Verzoekers hebben een verzoek om opvang ingediend bij het COA en het College van burgemeester en wethouders, welke zijn afgewezen omdat zij niet rechtmatig in Nederland verblijven. De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd en het beroep ongegrond verklaard. Verzoekers stelden dat het weigeren van gezinsopvang een inbreuk maakt op het recht op gezinsleven zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat geen sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoeker geen substantiële bedreiging van zijn fysieke of psychische gezondheid heeft aangetoond en hij contact met zijn gezin kan onderhouden. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot gezinsopvang wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.