ECLI:NL:CRVB:2012:BW8950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid college Noordoostpolder bij aanvraag maatschappelijke opvang Wmo
Appellanten, een gezin met Afghaanse nationaliteit zonder rechtmatig verblijf in Nederland, deden een aanvraag voor maatschappelijke opvang en bijstand bij het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder. Deze aanvragen werden afgewezen omdat appellanten niet rechtmatig in Nederland verbleven. Het college handhaafde deze besluiten bij bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, verwijzend naar de Vreemdelingenwet 2000.
In hoger beroep stelde de Raad ambtshalve de vraag aan de orde of het college bevoegd was om te beslissen op de aanvraag maatschappelijke opvang. De Raad concludeerde dat op grond van artikel 20 van Pro de Wmo en het Besluit maatschappelijke ondersteuning alleen aan aangewezen centrumgemeenten een zorgtaak en bijbehorende beslissingsbevoegdheid toekomt. De gemeente Noordoostpolder behoort niet tot deze aangewezen gemeenten.
Daarom was het college van Noordoostpolder onbevoegd om te beslissen op de aanvraag maatschappelijke opvang. Het besluit van 28 oktober 2010 werd herroepen en het besluit op bezwaar van 3 mei 2011 vernietigd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het college van Noordoostpolder is onbevoegd om te beslissen op de aanvraag maatschappelijke opvang; het besluit wordt herroepen en het bezwaar vernietigd.