ECLI:NL:CRVB:2011:BT7233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toereikendheid huishoudelijke hulp niveau 2 voor appellante met beperkte zelfredzaamheid
Appellante had vanwege haar beperkingen een voorziening in de vorm van huishoudelijke hulp toegekend gekregen. Na een verzoek om voortzetting onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kende het College haar huishoudelijke hulp toe, aanvankelijk drie uur per week, later teruggebracht tot anderhalf uur per week. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde een voorlopige voorziening van anderhalf uur per week.
In hoger beroep stelde appellante dat zij 3,5 uur per week huishoudelijke hulp nodig had. Het College handhaafde het besluit tot anderhalf uur per week. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College terecht uitgaat van de bijdrage van de echtgenoot, ondanks diens beperkte cognitieve vermogens, en dat de toegekende hulp als belangrijke buffer tegen overbelasting voldoende is.
De Raad baseerde zich op het advies van psycholoog De Jong, die stelde dat de echtgenoot het huishouden kan doen maar kwetsbaar is voor stress, waardoor thuishulp noodzakelijk blijft. De Raad vond geen aanwijzingen dat de hulp onvoldoende is en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de toegekende huishoudelijke hulp van anderhalf uur per week niveau 2 toereikend is en verklaart het hoger beroep ongegrond.