ECLI:NL:CRVB:2014:3438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak WMO
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzoek om herziening van een eerdere uitspraak inzake de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Verzoekster stelde dat zij meer huishoudelijke hulp nodig had dan toegekend, mede vanwege de gezondheidsklachten van haar man die het huishouden niet kan doen.
De Raad oordeelde dat de door verzoekster aangevoerde feiten, zoals de verslechtering van de gezondheid van haar man en zijn vroegpensioen, geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze omstandigheden waren niet nieuw en konden ook niet leiden tot een andere uitspraak.
Verder benadrukte de Raad dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de inhoud van de uitspraak te openen. Ook een verzoek om herziening van een al eerder gewezen herzieningsuitspraak wordt als niet passend beschouwd.
De Raad wees het verzoek om herziening af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door M.F. Wagner in aanwezigheid van griffier V. van Rij op 22 oktober 2014.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.