ECLI:NL:CRVB:2011:BT8301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 24 februari 2006 door het UWV, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad stelde in een tussenuitspraak dat het besluit op een ontoereikende medische grondslag berustte, omdat de beperkingen van appellant onvoldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Het UWV voerde nader medisch en arbeidskundig onderzoek uit en stelde een aangepaste FML op waarin de beperkingen waren verwerkt. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de functies die appellant kon vervullen medisch geschikt bleven. Appellant voerde aan dat zijn lichamelijke en psychiatrische beperkingen onvoldoende waren meegenomen en dat een urenbeperking noodzakelijk was.
De Raad oordeelde dat het UWV met de nieuwe rapporten het gebrek had hersteld en dat de beperkingen juist waren verwerkt. De stelling van appellant dat zijn lichamelijke beperkingen waren genegeerd en dat een urenbeperking nodig was, faalde. Ook de arbeidskundige onderbouwing voor de geschiktheid van de functies werd onderschreven. De Raad vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.