ECLI:NL:CRVB:2011:BT8375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving vanaf 11 maart 2005 bijstand volgens de WWB. Het College stelde vast dat zij vier bankrekeningen had met een totaal tegoed van €23.931, waarvan €22.035,99 op een rekening stond die zij kort voor de bijstandaanvraag had overgeboekt naar de spaarrekening van haar moeder. Het College trok de bijstand in wegens het niet melden van dit vermogen en eiste terugvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante vanaf 9 maart 2005 niet meer beschikte over vermogen boven de vrijlatingsgrens, waardoor de primaire grondslag voor intrekking onjuist was. Wel stelde de Raad vast dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden door niet alle rekeningen te melden.
De Raad vond dat appellante tekortschietend besef van verantwoordelijkheid had getoond door het overboeken van geld naar de rekening van haar moeder zonder geldige verklaring, ondanks haar gezondheidsklachten en vermeende druk van ouders. Daarom moest de bijstand worden verlaagd volgens de Maatregelenverordening. Het College werd opgedragen het besluit te herstellen binnen zes weken.
Uitkomst: Besluit tot intrekking van bijstand vernietigd, maar verlaging van bijstand wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid bevestigd.