ECLI:NL:CRVB:2012:BW6553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten verlaging bijstand en terugvordering wegens onjuiste grondslag en eigen toedoen
De zaak betreft een hoger beroep tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Weert over de verlaging van de bijstand en de terugvordering van bijstandskosten van appellante. Het college had de bijstand verlaagd met 40% en een terugvordering opgelegd vanwege het storten van een groot bedrag op de bankrekening van haar moeder vlak voor het recht op bijstand.
Appellante voerde aan dat zij door mishandeling en psychologische druk van haar ouders gedwongen was tot deze handeling, maar dit werd in eerdere uitspraken verworpen. De Raad oordeelde dat de verlaging op een onjuiste grondslag berustte omdat de gedraging plaatsvond voordat appellante recht op bijstand had.
De Raad stelde zelf vast dat appellante door eigen toedoen bijstandafhankelijk is geworden en legde een verlaging van 100% gedurende twee maanden op, ingaand op 11 maart 2005. Tevens werd het terugvorderingsbedrag vastgesteld op € 1.621,32. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten en legt een verlaging van 100% gedurende twee maanden op met terugvordering van € 1.621,32 wegens eigen toedoen van appellante.