ECLI:NL:CRVB:2011:BT8461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis ondanks ziekteperiode
Appellante was als schoonmaakster werkzaam en beëindigde haar dienstverband per 28 juni 2009 via een vaststellingsovereenkomst. Zij vroeg een WW-uitkering aan, maar het UWV wees deze af omdat zij in de 36 weken voorafgaand aan haar werkloosheid minder dan 26 weken had gewerkt.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij wegens ziekte niet kon werken en verwees naar het Schattingsbesluit om haar arbeidsongeschiktheid aan te tonen. Zowel de bedrijfsarts als de verzekeringsarts concludeerden echter dat zij weliswaar beperkingen had, maar niet volledig arbeidsongeschikt was. Het Schattingsbesluit is niet van toepassing op de WW-referteperiode.
De Raad oordeelde dat de referteperiode correct was vastgesteld en dat appellante niet voldeed aan de referte-eis. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.