ECLI:NL:CRVB:2011:BT8684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens onvoldoende beschikbaarheid voor arbeid vanaf 1 maart 2008
Appellante heeft op 14 maart 2008 een WW-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd met ingang van 1 maart 2008 wegens onvoldoende beschikbaarheid voor arbeid. Appellante stelde dat zij naast haar opleiding en werk van 10 uur per week wel beschikbaar was voor passend werk, maar kon dit niet aannemelijk maken met bewijsstukken zoals sollicitaties of inschrijvingen bij uitzendbureaus.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht kon uitgaan van de opgave op het aanvraagformulier, waarop appellante had aangegeven pas vanaf 11 oktober 2008 volledig beschikbaar te zijn. Appellante gaf tevens aan vanwege psychische en lichamelijke klachten niet in staat te zijn te werken naast haar opleiding en werk.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat het UWV mag afgaan op de ingevulde gegevens, tenzij de verzekerde aannemelijk maakt dat deze niet overeenkomen met de werkelijkheid. Appellante heeft dit niet gedaan. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens onvoldoende beschikbaarheid voor arbeid vanaf 1 maart 2008.