ECLI:NL:CRVB:2011:BT8939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder crisisopvang
Appellante diende op 26 mei 2009 een aanvraag om bijstand in als alleenstaande, terwijl zij tijdelijk bij een vriend verbleef zonder eigen woonruimte. Een huisbezoek op 2 juli 2009 toonde aan dat zij geen eigen kamer had en dat sprake was van wederzijdse zorg binnen een gezamenlijke huishouding. Het College wees de aanvraag af omdat appellante niet als zelfstandig subject van bijstand kon worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en in hoger beroep voerde zij aan dat het College haar aanvraag onzorgvuldig had behandeld door geen rekening te houden met gemeentelijk beleid voor tijdelijke crisisopvang. De Raad stelde vast dat appellante geen melding maakte van crisisopvang en dat de periode van beoordeling liep van de aanvraagdatum tot het primaire besluit.
De Raad oordeelde dat appellante en haar vriend een gezamenlijke huishouding voerden volgens objectieve criteria en dat het College terecht de aanvraag afwees. Er was geen aanleiding om het gemeentelijk crisisopvangbeleid toe te passen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd afgewezen omdat appellante een gezamenlijke huishouding voerde en geen crisisopvang meldde.