ECLI:NL:CRVB:2010:BO6715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding van de politie startte de gemeente een onderzoek naar haar woon- en leefsituatie. Hieruit bleek dat betrokkene zonder melding een gezamenlijke huishouding voerde met een ander persoon. De bijstand werd daarop ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond omdat zij oordeelde dat het verblijf tijdelijk was en duurzaamheid een rol speelde. De gemeente ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat duurzaamheid geen onderdeel is van het zorgcriterium voor gezamenlijke huishouding.
De Raad stelde vast dat het verblijf in dezelfde woning en het leveren van wederzijdse zorg bepalend zijn, waarbij duurzaamheid niet relevant is. Op basis van verklaringen en onderzoeksbevindingen concludeerde de Raad dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat betrokkene haar inlichtingenverplichting had geschonden.
Daarom was de intrekking en terugvordering van de bijstand terecht. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en wees proceskosten toe aan de gemeente.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.