ECLI:NL:CRVB:2011:BU1405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand sinds 2001 en werd door een huisbezoek op 24 april 2007 verdacht van het voeren van een gezamenlijke huishouding met [T.] zonder melding. Het College trok de bijstand in en vorderde terugbetaling over de periode 1 maart 2004 tot 31 mei 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 6 april 2009 ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het College onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van gezamenlijke huishouding vóór 24 april 2007 en dat de terugvordering deels niet kon worden toegepast.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende waren voor de periode tot 24 april 2007, maar voldoende voor de periode daarna. Daarom vernietigde de Raad het besluit over de periode tot 24 april 2007 en herroept het besluit van 15 juli 2008 voor die periode. Voor de periode daarna moet het College een nieuw besluit nemen over de terugvordering. De Raad veroordeelde het College tevens in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode tot 24 april 2007 wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering na die datum.