ECLI:NL:CRVB:2011:BU1415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde toeslag zonder dringende redenen
Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering van een te hoog toegekende toeslag over de periode van 11 februari 2006 tot en met 31 oktober 2009. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had het bedrag van €16.924,46 vastgesteld en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de verlaging van de toeslag niet-ontvankelijk en wees het bezwaar tegen de terugvordering af.
In hoger beroep betoogde appellante dat het terugvorderingsbedrag onjuist was vastgesteld en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, onder meer vanwege financiële problemen en het niet met terugwerkende kracht kunnen verkrijgen van subsidies en kortingen. De Raad volgde appellante niet en oordeelde dat het terugvorderingsbedrag correct was berekend volgens de wettelijke bepalingen.
De Raad benadrukte dat dringende redenen slechts in incidentele en uitzonderlijke gevallen kunnen leiden tot het afzien van terugvordering. Financiële problemen als gevolg van terugvordering zijn onvoldoende om van terugvordering af te zien. Ook het niet kunnen verkrijgen van subsidies met terugwerkende kracht werd niet als bijzonder aangemerkt.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en bevestigde het besluit van het Uwv. Wel werd opgemerkt dat bij de invordering rekening wordt gehouden met de financiële situatie van appellante, die momenteel een maandelijkse korting van €50,- op haar uitkering ondergaat.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaalde toeslag wordt bevestigd.