ECLI:NL:CRVB:2011:BU1900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen arbeid
Appellant, voormalig arts werkzaam als bedrijfsarts, meldde zich ziek en ontving een uitkering op grond van de Ziektewet. Het UWV beëindigde het recht op ziekengeld per 1 april 2009, omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn eigen arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat geen valide medische stoornis bestond die arbeidshandeling belemmerde.
In hoger beroep stelde appellant dat de medische rapportages onvoldoende rekening hielden met zijn klachten, waaronder cognitieve problemen. Hij verwees naar rapportages van een neuroloog en psychologen ter onderbouwing van zijn ongeschiktheid.
De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van objectief medisch vastgestelde ongeschiktheid voor de laatstelijk verrichte arbeid. De rapportage van de bezwaarverzekeringsarts, die rekening hield met bevindingen van een zenuwarts/psychiater, onderbouwde op inzichtelijke wijze dat alleen cognitieve klachten relevant waren, maar deze niet gevalideerd konden worden. Andere klachten zoals polyneuropathie en astma belemmerden de arbeid niet. De Raad bevestigde dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd wegens geschiktheid voor eigen arbeid.