ECLI:NL:CRVB:2011:BU1904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag en gebrekkige onderbouwing
Betrokkene ontving sinds 26 mei 2004 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid door een jukbeenfractuur. Het UWV herzag de uitkering per 7 maart 2006 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, wat door betrokkene werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, omdat de medische onderbouwing onvoldoende was.
De Raad liet betrokkene onderzoeken door meerdere deskundigen: een neuroloog concludeerde geen neurologische beperkingen, terwijl een psychiater een aanzienlijke beperking van de belastbaarheid vaststelde, onderbouwd met klachten van vermoeidheid, pijn en cognitieve deficiënties. De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundigen en bevestigde dat het bestreden besluit niet op een juiste medische grondslag berust.
Daarom is het besluit terecht vernietigd en wordt het UWV opgedragen de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan te passen conform de psychiatrische bevindingen en op basis daarvan het besluit te heroverwegen, eventueel met een aanvullende arbeidskundige rapportage. Betrokkene verscheen niet bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd. De uitspraak is gedaan op 26 oktober 2011.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen het besluit te herzien op basis van aangepaste medische bevindingen.