ECLI:NL:CRVB:2011:BU1906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld en afwijzing WIA-uitkering wegens niet voltooide wachttijd
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich in 2006 ziek vanwege vermoeidheidsklachten en zwangerschapsgerelateerde klachten. Na beëindiging van haar dienstverband ontving zij een Wazo-uitkering en meldde zich opnieuw ziek in 2007. Medisch onderzoek door verzekeringsarts wees beperkingen als gevolg van CVS aan, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), op basis waarvan zij geschikt werd geacht voor haar functie.
Het UWV beëindigde het ziekengeld per 5 juni 2008 en verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond. Tevens werd een aanvraag voor een WIA-uitkering afgewezen omdat de vereiste wachttijd van 104 weken niet was doorlopen. Appellante voerde aan dat haar beperkingen onderschat waren en stelde dat ook fibromyalgie was vastgesteld, maar leverde hiervoor geen medische onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan, dat de beperkingen adequaat waren vastgelegd en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstiger beperkingen. De diagnose fibromyalgie was niet onderbouwd met medische gegevens. De Raad bevestigde dat appellante geen recht meer had op ziekengeld en dat zij niet voldeed aan de wachttijd voor een WIA-uitkering, waardoor de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld en geen WIA-uitkering ontvangt omdat zij de wachttijd niet heeft doorlopen.