ECLI:NL:CRVB:2011:BU1916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en recht op ziekengeld productiemedewerker na medische klachten
Appellant, werkzaam als productiemedewerker via een uitzendbureau, meldde zich ziek vanwege een operatie, buik- en psychische klachten en een later auto-ongeluk met nekklachten. Het UWV stelde op 16 juli 2009 vast dat appellant vanaf 22 juli 2009 geen recht meer had op ziekengeld, omdat hij geschikt werd geacht zijn arbeid te hervatten.
Appellant maakte bezwaar en bracht medische rapporten in, waaronder van een verzekeringsarts, psycholoog, neuroloog en psychiater. Deze rapporten beschreven onder meer whiplash, spanningsklachten, psychosociale problemen en een mogelijke hernia, maar concludeerden dat appellant niet arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit na eigen onderzoek en dossierstudie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep handhaafde de Raad de beslissing. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor niet te zwaar psychisch belastend werk, zoals zijn functie als productiemedewerker. Latere medische gegevens betroffen een periode na de beoordelingsdatum en konden daarom niet worden meegewogen.
De Raad benadrukte dat de beoordeling uitsluitend betrekking had op de situatie op 22 juli 2009. Er was geen aanleiding om het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts te betwijfelen dat appellant zijn arbeid kon verrichten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant op 22 juli 2009 geschikt was om zijn arbeid te verrichten en geen recht meer had op ziekengeld.