ECLI:NL:CRVB:2011:BU2162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over ingangsdatum toeslag zonder bijzonder geval
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar toeslag ingevolge de Toeslagenwet toe te kennen met ingang van 11 januari 2006, terwijl zij de toeslag op 11 januari 2007 had aangevraagd. Het UWV heeft dit besluit gehandhaafd, omdat de wet bepaalt dat toeslag slechts kan worden vastgesteld over een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat er geen sprake was van een bijzonder geval. De rechtbank overwoog dat appellante weliswaar een WAO-uitkering had, maar dat de hoogte daarvan niet bekend was vanaf 1 februari 2005 vanwege een schorsing. Appellante had onvoldoende bewijs geleverd dat zij tijdig de benodigde documenten had verstrekt, waardoor het UWV de uitkering niet kon vaststellen.
In hoger beroep heeft appellante haar eerdere gronden herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep heeft zich volledig kunnen verenigen met het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigt dat het onbekend zijn van de hoogte van de WAO-uitkering geen belemmering vormt voor het aanvragen van een toeslag en dat geen bijzonder geval is aangetoond. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de toeslag niet eerder kan ingaan dan één jaar voor de aanvraagdatum, omdat geen bijzonder geval is vastgesteld.