ECLI:NL:CRVB:2011:BU3220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding volgens WWB
Appellante voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Breda waarin werd vastgesteld dat zij met haar zus een gezamenlijke huishouding voerde en dat zij hoofdelijk aansprakelijk was voor de terugvordering van ten onrechte verleende bijstandskosten.
De Raad toetste de feiten aan de hand van objectieve criteria en concludeerde dat appellante haar hoofdverblijf had op het adres van haar zus en dat er sprake was van wederzijdse zorg, onder meer door hulp in het huishouden en verzorging bij ziekte. De Raad verwierp het verweer dat het adres slechts als postadres werd gebruikt.
Op grond van artikel 59 van Pro de WWB was het College bevoegd de kosten van bijstand mede van appellante terug te vorderen. Het feit dat de zus haar aflossingsverplichting nakomt, doet hieraan niet af. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten van appellante wegens gezamenlijke huishouding.