ECLI:NL:CRVB:2011:BU3304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht autotransacties
Appellant ontving bijstand sinds 1997 en werd onderzocht vanwege autokentekens die op zijn naam stonden sinds 2001. Het College trok de bijstand over meerdere maanden in en vorderde terug wegens het niet melden van deze tenaamstelling, wat een schending van de wettelijke inlichtingenplicht vormt.
Appellant voerde aan dat hij de auto's als vriendendienst voor zijn broer op zijn naam had gezet en dat het College al eerder op de hoogte was van de kentekens, waardoor het handelen van het College onbehoorlijk zou zijn. Ook stelde hij dat er dringende redenen waren om terugvordering achterwege te laten.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de vriendendienst en aannemelijk was dat hij in auto's handelde, mede gelet op advertenties en verklaringen. De transacties waren op geld waardeerbare overdrachten. Het College had geen onbehoorlijk handelen vertoond en appellant had geen dringende redenen toegelicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.