ECLI:NL:CRVB:2012:BW4640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenverplichting bij autotransacties
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1995 en werden onderzocht nadat bleek dat meerdere kentekens op hun naam stonden. Het college stelde vast dat van elf kentekens aannemelijk was dat deze niet voor eigen gebruik waren, wat leidde tot intrekking van bijstand over diverse maanden en terugvordering van €12.820,44.
Appellanten voerden aan dat sommige auto's tijdelijk op naam stonden van familie en dat zij fysiek niet in staat waren om autohandel te drijven. Ook werd betoogd dat het college al in 2005 op de hoogte was van kentekens op hun naam zonder consequenties. De Raad oordeelde echter dat appellanten niet slaagden in hun bewijslast om het tegendeel aannemelijk te maken.
De Raad stelde vast dat de registratie op naam de veronderstelling rechtvaardigt dat appellanten over de auto's konden beschikken en dat transacties op geld waardeerbare datum hebben plaatsgevonden. Door het niet melden van deze transacties is de wettelijke inlichtingenverplichting geschonden, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking en terugvordering. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand en terugvordering worden bevestigd.