ECLI:NL:CRVB:2011:BU3832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant ontving sinds 2004 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2009 heeft het UWV de uitkering verlaagd naar 15-25%, wat appellant betwistte. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn beperkingen niet juist weergaf en dat de voorgestelde functies ongeschikt waren. Hij bracht medische verklaringen in van een dermato-veneroloog en psychiater.
De Raad oordeelde dat appellant ten tijde van bezwaar niet onder behandeling was van de dermato-veneroloog en dat de bezwaren over het medisch onderzoek niet gehandhaafd werden. De medische rapportages en het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts gaven een juist en actueel beeld van de beperkingen, waarbij de FML adequaat was opgesteld.
De door appellant ingebrachte medische brieven beschreven geen nieuw medisch beeld dat tot aanscherping van beperkingen zou moeten leiden. De psychiater behandelde appellant pas sinds 2011, na de relevante datum, en er was geen bewijs dat psychische stoornissen op de beoordelingsdatum bestonden.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en verwierp het hoger beroep, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.