ECLI:NL:CRVB:2011:BU4021
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij weigering bijstandsuitkering wegens ontbreken verblijfstitel
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) maar het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam beëindigde deze bijstand wegens het ontbreken van een verblijfstitel. Verzoeker stelde bezwaar en beroep in, maar deze werden ongegrond verklaard door de rechtbank.
Verzoeker vorderde vervolgens een voorlopige voorziening bij de Centrale Raad van Beroep om de bijstand alsnog te verkrijgen. Hij stelde dat hij vanwege zijn HIV-infectie een kwetsbare burger is en dat de Staat hem op grond van artikel 8 EVRM Pro moet helpen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 11 WWB Pro en dat de WWB het verlenen van bijstand in dit geval uitsluit, ook niet bij zeer dringende redenen. De positieve verplichting uit artikel 8 EVRM Pro kan niet via de WWB worden ingevuld maar rust op andere bestuursorganen die voorliggende voorzieningen uitvoeren.
De voorzieningenrechter achtte het niet redelijk waarschijnlijk dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van bijstand wegens ontbreken van een verblijfstitel wordt afgewezen.