ECLI:NL:CRVB:2011:BR1060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken verblijfsvergunning en geen schending EVRM
Appellant, een ongewenst verklaarde vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning, diende op 21 december 2009 een aanvraag om bijstand in. Het College wees deze aanvraag op 3 februari 2010 af wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning. Appellant stelde in hoger beroep dat deze weigering een schending van artikel 3 en Pro 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) betekende.
De Raad stelde vast dat appellant geen recht heeft op bijstand op grond van artikel 11 WWB Pro en dat ook wegens artikel 16 WWB Pro geen bijstand kan worden verleend wegens dringende redenen. De kern van het geschil was of de weigering een schending van artikel 8 EVRM Pro opleverde. De Raad overwoog dat artikel 8 EVRM Pro bescherming biedt aan het privéleven, met bijzondere aandacht voor kwetsbare personen. Echter, appellant kon niet aantonen dat hij tot deze kwetsbare categorie behoorde, ondanks medische verklaringen over longafwijkingen en een mogelijke aanpassingsstoornis.
Verder werd meegewogen dat appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef en dat niet was gebleken dat terugkeer naar Suriname onmogelijk was. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd daarom verworpen, en het beroep op artikel 3 EVRM Pro behoefde geen verdere bespreking. Ook het beroep op een richtlijn werd niet behandeld vanwege de nog niet verstreken implementatietermijn. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.