ECLI:NL:CRVB:2011:BU4254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor alternatieve functie
Appellant ontving sinds 2003 een WAO-uitkering, die in 2007 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. In 2008 meldde appellant zich ziek wegens psychische en gewrichtsklachten. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en psychiaters oordeelde het UWV dat appellant geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies, waaronder wikkelaar spoelkokers.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit tot beëindiging van zijn Ziektewetuitkering, stellende dat zijn psychische stoornissen onvoldoende waren meegewogen. Diverse psychiatrische rapporten werden overlegd, waarbij de Raad een onafhankelijk deskundige inschakelde. Deze concludeerde dat appellant weliswaar een matig ernstige dysthyme stoornis had, maar geschikt was voor routinematig werk zonder intensief persoonlijk contact.
De Raad volgde deze deskundige en oordeelde dat het UWV de juiste maatstaf hanteerde en dat appellant geschikt was voor de functie van wikkelaar spoelkokers. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor de functie van wikkelaar spoelkokers.